Gelukkige kinderen…

Op het schoolplein is het tegenwoordig heel gewoon dat alle kinderen fijn met elkaar aan het spelen zijn zonder gepest, getreiter of scheldpartijen. Conflicten worden direct uitgepraat en het respect voor elkaars mening of anders-zijn is uitgegroeid tot waardering voor de verschillen.
Ouders zoeken enthousiast de leerkrachten op om hen te complimenteren met hun buitengewoon belangrijke werkzaamheden. Het ziekteverzuim onder leerkrachten is vrijwel nihil en de school is schoon en ruikt fris. Bij aanvang van de school gaan de kinderen blij, ontspannen en rustig naar binnen. In de klas helpen kinderen elkaar op leer- en emotioneel gebied. Kinderen met pijn en verdriet worden opgevangen door medeleerlingen.

Bovenstaand stukje tekst komt uit het onlangs verschenen boek “gelukkige kinderen in een gelukkige klas” van Charlotte Visch.
Het moet een krantenartikel voorstellen dat nog niet geschreven is. “Jammer”, vindt de schrijfster, “want we willen toch allemaal dat dit artikel ooit geschreven wordt!”

Die tijd is misschien niet eens zo heel ver weg…..

In het voorjaar van 2007 mocht ik als kersverse Ludgerusdirecteur een speech houden. Ik heb destijds gezegd: “De volmaakte school bestaat (nog) niet, maar we kunnen hier samen wel een poging wagen om te streven naar een volmaakte samenwerking tussen kinderen, ouders en leerkrachten. Dan komt die perfecte school er zeker wel van… Kinderen de verantwoordelijkheid en het vertrouwen geven, de ruimte én de veiligheid dat ze binnen duidelijke kaders samen met anderen heel veel kunnen leren.
Want de Ludgerusschool heeft met dit team, deze club van ouders en kinderen en met deze entourage alle mogelijkheden in zich om dit ook te volbrengen.”

Nu, 6 jaar later, zie ik dat we op de goede weg zijn en dat er op die weg ook nog een aardige stap gezet moet worden. Het bovenstaande artikel (dat-nooit-geschreven-is) geeft voor een deel weer wat op onze school al wel van toepassing is.

Laten we er nu samen voor gaan zorgen dat alle kinderen zich verbonden voelen op onze school. Dat ieder kind op deze school gelukkig is en zijn of haar talenten kan ontwikkelen. Dat betekent dat we heel goed moeten luisteren naar wat kinderen nodig hebben. Ouders en leerkrachten samen. Dat we moeten kijken hoe we dit vorm gaan geven binnen onze school. Want als de sfeer op onze school zo goed is dat alle kinderen gelukkig zijn dan ontstaat er ook ruimte voor ieder kind om het beste uit zichzelf te halen. De leerkracht zal het kind hierin begeleiden. Over leerkrachten gesproken…

Leerkrachten hebben de bijna onmogelijke taak op zich genomen om 25 tot 30 (of 32) kinderen in een jaar tijd hele specifieke vaardigheden bij te brengen.
En die moeten ook nog afgestemd zijn op leeftijd, persoonlijkheid, vermogen en intelligentie. Ga er maar aan staan…
Dat kan natuurlijk niet zomaar. Daar heb je de inzet van de kinderen bij nodig. En hun ouders.
Ouders en kinderen die samen werken aan een optimaal leefklimaat voor de kinderen in de school; het komt niet vaak voor. Hoe komt het toch dat ouders en leerkrachten die allemaal het beste voorhebben met het kind elkaar toch vaak slecht verstaan?
(uit: gelukkige kinderen … C. Visch)

Met bijna 30 jaar ervaring weet ik dat er maar 1 ding echt helpt en dat is openheid. Dit wordt overigens ook in het hierboven genoemde boek uitgewerkt:
Dat je samen –ouders+kind+leerkracht- met elkaar praat om te horen wat een kind écht bezig houdt. Dat je als ouders en leerkracht benoemt dat er mogelijk tegengesteld gedrag en ervaringen zijn tussen ‘thuis’ en ‘school’. Niet alleen feiten, maar ook de gevoelens op tafel zien te krijgen. Een kind kan thuis en school als 2 gescheiden werelden ervaren. Aan ouders en leerkrachten de taak dit dan boven tafel te krijgen zonder dat de relatie deuken oploopt, want dat is dan weer niet in het belang van het kind. Dit vraagt soms heel veel. Zowel van ouders als van leerkrachten. Maar als het hoogste doel ‘de optimale ontwikkeling van een kind’ is dan moet ook alles wat er eventueel om heen speelt (ergernissen, gevoelens van angst of jaloezie, etc.) besproken kunnen worden.

Geert-Jan Wijgergangs,
28 maart 2013

loading